naar hoofdmenu

Oosterschelde

De Oosterschelde is een groot natuurgebied, maar ook een belangrijke doorvaartroute van Nederland en Duitsland naar Belgie en Frankrijk.

Ontstaan:
De Oosterschelde is ontstaan in zijn huidige vorm na eeuwenlange strijd tussen mens en de zee. De mens bouwde dijken en de zee nam het land regelmatig weer terug. De Oosterschelde wordt omsloten door Schouwen-Duiveland, St. Philipsland, Tholen, Noord-Beveland, Zuid Beveland en sinds de 20e eeuw ook door de Deltawerken.
Tot de middeleeuwen was het niet zo'n groot gebied, maar door de sterke stroom is het uitgedijd tot het huidige gebied. Door verlegging en slechte dijken werd de mens steeds verder teruggedrongen. Er hebben velen watersnoden geheerst. De laatste in 1953. Toen heeft men besloten tot het uitvoeren van de Deltawerken Hierdoor is het getijverschil afgenomen en de stroomsnelheid ook, waardoor het water helderder is geworden. Door afsluiten van gedeelten door dammen en daarmee ook de rivieren, stroomt er minder zoet water door de Oosterschelde.

Schorren zijn gebieden aan kust van de Oosterschelde en door opslibbing liggen ze hoger dan het slib, ze worden dan ook niet dagelijks overspoeld, het water komt wel in de diepe geulen in het schor naar binnen. Daardoor hebben de schorren een zilt karakter en bestaat de vegetatie uit zoutminnende planten, die door aanpassingen met het hoge zoutgehalt weten te leven. Er broeden hier ook veel kustvogels, die bij laag water naar voedsel zoeken.

Slikken en platen komen bij hoog water onder water te staan. Bij laag water vallen ze droog, de platen worden eilanden, de slikken liggen tegen de dijk aan, zij zijn aangevoerd door bouwmaterialen vanuit zee. Voor de vogels is met name op de slikken veel voedsel te vinden. Bij laag water kan je ook de zeehonden op de platen zien liggen.

De dijken

Vroeger bestonden de dijken uit klei, leem en houten palen, maar dat bood niet de gewenste bescherming. Vanaf de 17e eeuw wordt natuursteen gebruikt. Ook nu gebruikt met nog steen, maar ook betonblokken en basaltzuilen. De Deltadammen worden grotendeels met dit materiaal tegen afslag beschermd.

Doordat dit een (kunstmatige) rotskust is geworden, vinden we er planten en dieren die alleen hier in Nederland voorkomen, oorspronkelijk komen ze uit Bretagne en de Engelse kust voor. Dieren die lang tegen droogte kunnen leven boven aan de dijk (zeepok), dieren die gevoelig zijn voor uitdroging, licht en zoetwater leven onder de vloedlijn.

In de Oosterschelde liggen 44 gebieden die door natuurorganisaties worden beheerd, zo zijn er moerassen gecreëerd zowel zout als brakke.